Tour de France, etappe 8 (Sallanches- Alpe d'Huez), zondag 8 juli 2003.
Iban Mayo is winnaar geworden van de achtste etappe.
De Spanjaard kwam solo over de finish in Alpe d'Huez en bracht daarmee de klassieker onder de bergritten op zijn naam.
Niemand van de klimmers aan het front had een passend antwoord op de demarrage van de Euskaltel-kopman op acht kilometer van de top.
Aleksandr Vinokoerov zette nog wel een achtervolging in, maar zonder succes.
Lance Armstrong had weinig oog voor het moedige duo.
Noch Mayo noch Vinokoerov beschouwt hij als grote concurrenten voor de eindzege.
Hij beperkte zich tot het in toom houden van Joseba Beloki, een begenadigd klimmer die ook een goede tijdrit in de benen heeft.
En dat viel nog niet mee.
De Bask, die vorig jaar tweede werd in de Tour en in 2000 en 2001 derde, legde de Amerikaan het vuur na aan de schenen op de slotklim.
Het gewenste resultaat bleef uit.
Armstrong kon steeds aanklampen en passeerde - op twee minuten van de etappewinnaar - uiteindelijk zelfs als derde de meet.
Daar wachtte hem ook nog eens de gele trui omdat Richard Virenque, de Franse held van gisteren, vele minuten inleverde.
Het goede nieuws voor de neutrale wielerliefhebber was echter dat anders dan in de afgelopen jaren de viervoudig Tourwinnaar niet al meteen de koers volledig naar zijn hand wist te zetten.
Bovendien lijkt de concurrentie het te vertikken zich nog langer te onderwerpen aan de Amerikaanse suprematie.
Zelden zal Armstrong zo veel demarrages hebben hoeven pareren als tijdens de eerste bergetappe met de finish op de top.
Op de Télégraphe en Galibier wist Armstrong zich nog omringd door een legertje ploegmaten.
De US Postals legden het peloton hun wil op zoals we gewend zijn geraakt in La Grande Boucle.
Het strijdplan zag er vertrouwd uit: de boel bij elkaar houden tot de laatste berg en dan toeslaan.
Dat scenario ontvouwde zich inderdaad toen de klim naar Alpe d'Huez zich aandiende.
US Postal-renner Manuel Beltrán sprintte bijkans naar boven, uit alle macht sleurend aan een pelotonnetje dat alleen de avonturiers Rous en Astarloza voor zich wist.
Virenque en ook Michael Boogerd moesten al snel passen, maar dat waren niet bepaald de mensen die Armstrong hoopte te lozen.
De groep dunde niettemin fors uit.
Zo zeer zelfs dat Armstrong zonder hulptroepen kwam te zitten en Beloki de tijd rijp achtte een uitval te wagen.
Hij sloeg een gaatje van dik tien tellen, passeerde de koplopers Rous en Astarloza, maar zag Armstrong, Tyler Hamilton - die een week geleden bij de massale valpartij in Meaux nog een gehavend sleutelbeen opliep - en Iban Mayo in zijn wiel terugkomen.
De aansluiting vormde het sein voor Mayo om een aanval te plaatsen.
De 25-jarige Bask, in 'leerjaar' 2002 nog de anonieme nummer 88 van de Tour, maar een maand geleden tweede in de Dauphiné Libéré achter een ongenaakbare Armstrong en winnaar van twee etappes, kreeg de zegen van de 'Boss'.
Die maakte zich meer zorgen om Beloki die hem bleef bestoken, zij het tevergeefs.
"Het was een loodzware etappe", bekende Armstrong.
"Ik had een maand geleden niet kunnen voorzien dat ik vandaag zo zou lijden op Alpe d'Huez.
De benen waren niet super.
Bovendien werd er voortdurend aangevallen.
Vooral Beloki was erg sterk.
Maar er is ook goed nieuws: ik heb afstand genomen van Jan Ullrich.
Dat is belangrijk."
De in de Tour teruggekeerde Duitser, die nooit opgewassen is geweest tegen versnellingen zoals die van Beltrán, had in de slotklim bijna anderhalve minuut moeten toegeven op Armstrong.
"Maar ik reken hem nog steeds tot de gevaarlijke tegenstanders", sprak de nieuwe klassementsleider om er op z'n Zoetemelks aan toe te voegen: "Deze Tour heeft nog een lange weg te gaan."
Voor Rabobank-coureur Remmert Wielinga zat de klus er bijna vandaag al op.
De Tourdebutant, in de Dauphiné Libéré nog zo excellerend in de bergen, kwam in de eerste de beste klim al in de problemen.
Tijdsoverschrijding dreigde, maar hij arriveerde uiteindelijk toch nog op tijd in het ski-oord, drie kwartier na Mayo.
In het kielzog van Robbie McEwen, de sprinter...
|